• nl
  • en
  • de
Voor meer informatie:

0578 - 691676



historie

Johann Reil
De stichter en naamgever van wat nu Orgelmakerij Reil b.v. heet, was geen Nederlander maar een Duitser, Johann Reil, in 1907 in München geboren.
Hij leerde al vroeg het vak bij orgelmakers in Beieren en kwam in 1928 bij Zimmermann & Schäfer in Basel terecht. Voor deze firma reisde hij in 1929 naar Nederland, het staat niet vast met welk doel. Eén verhaal zegt dat hij in het Tuschinski-theater in Amsterdam een orgel moest opbouwen. Zeker is dat hij besloot in Nederland te blijven en hier bij verschillende orgelmakers werkte, als laatste bij De Koff in Utrecht. Nadat deze hem, als gevolg van de algemene economische malaise, had moeten ontslaan, stichtte Johann in 1934 in Rotterdam een eigen bedrijf, dat hij Eerste Nederlandsche Orgelonderdeelen Fabriek noemde en dat na drie naamswijzigingen in 2009 zijn 75-jarig bestaan zou vieren. Het was aanvankelijk niet meer dan een toeleveringsbedrijf voor andere orgelmakers: er werden houten pijpen, windladen, speeltafels, pedaalklavieren en allerlei andere ‘accessoires’ gemaakt. In 1937 verhuisde het bedrijf naar Heerde, waar Johann het meisje had leren kennen dat later zijn vrouw werd.

In Heerde bouwde Johann Reil in 1938 zijn eerste ‘eigen’ orgel. Het ging om een instrument met elektrische tractuur – dat was in de orgelbouw van die jaren naast (elektro-)pneumatiek het meest gangbare systeem – en bestemd voor de gereformeerde kerk in IJmuiden-Oost. Veel later, in 1948, bouwde Johann zijn eerste geheel mechanische orgel, voor de gereformeerde kerk in Arnemuiden. Dat gebeurde waarschijnlijk vooral op zakelijke gronden: de bouw van mechanische orgels was in die tijd een optie naast andere. Dat verklaart bijvoorbeeld ook waarom in de jaren 1938-’48 behalve kerkorgels ook salonorgels en zelfs harmoniums de werkplaats van Reil verlieten. Maar in de jaren ’50 werd voor veel Nederlandse orgelmakers, Reil niet uitgezonderd, het mechanische orgel meer en meer de norm. Dat had te maken met nieuwe ideeën over orgelbouw, die vooral toepassing vonden in instrumenten van Scandinavische bouwers, met name de Deense firma’s Frobenius en Marcussen. De laatste zou in Nederland furore maken met o.a. een nieuw orgel in de Utrechtse Nicolaikerk (1957).

Han en Albert Reil
Nadat Johann Reil in 1960 onverwachts was overleden, zetten zijn twee zoons Han en Albert, destijds twintig en zeventien jaar oud, samen met hun moeder en het personeel het bedrijf voort. De taakverdeling tussen de broers kwam globaal hierop neer dat Han verantwoordelijk werd voor de klank van elk orgel en Albert voor het ontwerp en de techniek. Onder hun leiding kwam het bedrijf opnieuw tot bloei. Er werden nu uitsluitend mechanische orgels gebouwd, van zeer goede kwaliteit en gewaardeerd door opdrachtgevers, organisten en publiek. Toch misten ze één ding, merkten de broers Reil al spoedig: een eigen geluid. Hun nieuwe orgels leken vooral op àndere nieuwe orgels, van henzelf en van collega-orgelmakers. En naarmate ze meer betrokken raakten bij restauratiewerk, werd hun ook steeds duidelijker dat die nieuwe orgels lang niet zo goed klonken als de meeste oude. Mede dank zij de kennismaking met organist en orgeladviseur Klaas Bolt (1927-1990) kwamen ze er ook achter waarom dat zo was. Na het Schnitger-congres dat in 1969 in Groningen werd gehouden besloten de gebroeders Reil het roer òm te gooien en zich voortaan te oriënteren op de grote namen uit de bloeitijd van de orgelbouw van de zestiende tot de achttiende eeuw, om te beginnen Nederlandse en Duitse orgelmakers. Het eerste Reil-orgel dat vanuit een wezenlijk ander concept tot stand kwam, was het instrument dat in 1970, onder advies van Klaas Bolt, werd gebouwd voor de Ontmoetingskerk in Dieren. Het trok sterk de aandacht en maakte veel reacties los, positief èn negatief. Een echte doorbraak was het besluit om voor een nieuw te bouwen orgel in de Prinses Julianakerk in Scheveningen een historisch instrument als voorbeeld te nemen. De keuze viel op het Schnitger-orgel van de Jacobikerk in Uithuizen, de kopie werd opgeleverd in 1973. Nog tweemaal zou Reil een nieuw orgel bouwen naar voorbeeld van een oud. De laatste keer ging het om een kopie van het Steevens-Hinsz-orgel in het Friese Tzum voor de Immanuelkerk in Ermelo (1981), eveneens tot stand gekomen onder advies van Klaas Bolt en unaniem geprezen als een instrument van uitzonderlijke kwaliteit. Het ‘voorbeeldorgel’ in Tzum werd vier jaar later door Reil gerestaureerd.
Het uitgangspunt voor de orgelmakers Reil is altijd geweest, instrumenten te maken waarop organisten hun muzikale bedoelingen optimaal kunnen realiseren. Vanuit die gedachte worden de nieuwe orgels verder ontwikkeld en verfijnd, terwijl bij restauraties voortdurend wordt gezocht naar een goede balans tussen moderne praktijk en historische context. Groeiend inzicht wordt steeds weer vertaald in nieuwe vaardigheden en technieken. Hierdoor is ook internationale belangstelling gewekt, zelfs ver buiten Europa: er staan Reil-orgels tot in Canada, Nieuw Zeeland en Japan. Niet alleen het aantal opdrachten uit binnen- en buitenland, maar ook het gewicht van de afzonderlijke opdrachten is gestadig

 

toegenomen. In 1983 bouwde Reil voor het eerst een orgel in Oostenrijk (Musikseminar Schlägl), twee jaar later (het Bachjaar 1985) gevolgd door een nieuw ‘Bachorgel’ van 24 stemmen voor de Augustinerkirche in Wenen. Daarna kwam een nieuw, bijzonder vormgegeven orgel tot stand voor de beroemde benedictijnerabdij in Melk (1986) en een spraakmakende restauratie annex reconstructie van een orgel in de norbertijnenabdij in Schlägl (1989). Sindsdien bouwde Reil in Oostenrijk nog zes nieuwe orgels, het laatste in 2008 in Stift Wilten te Innsbruck.

De meeste buitenlandse opdrachten kwamen tot nu toe uit Japan, waar Reil sinds 1979 niet minder dan veertien nieuwe orgels bouwde, en uit Noorwegen, waar dertien nieuwe orgels tot stand kwamen, waaronder het grootste dat tot nu toe in Heerde is gebouwd, een instrument van 51 stemmen voor de Dom in Stavanger (1992). Het laatste orgel in Noorwegen is opgeleverd in 2008 (Andebu kirke). Opdrachten uit Duitsland waren er nog niet veel, maar in de jaren 2004-’07 schreef Reil ook in dat land geschiedenis met de reconstructie van het Wiegleb-orgel in de St. Gumbertuskirche in Ansbach (Beieren), een instrument uit 1739 met 47 stemmen en voortkomend uit een wat andere klanktraditie dan die waarin Reil tot dan toe vooral expertise had opgedaan. Het resultaat is bekend geworden als de grootste prestatie uit de aan onderscheidingen toch al rijke geschiedenis van Orgelmakerij Reil. Direct daarop volgde een nieuw orgel (41 stemmen) voor de St. Nikolauskirche in het Beierse Rosenheim, opgeleverd in 2009. De meeste opdrachten kwamen en komen overigens nog steeds uit eigen land. Het aantal sinds 1985 door Reil in Nederland nieuw gebouwde of gerestaureerde orgels ligt boven de zestig. Daaronder waren enkele heel bijzondere projecten, zoals de restauratie van het Bader-orgel (1643) met uitbreiding door Timpe (1815) in de St. Walburgiskerk in Zutphen. Het resultaat, dat zowel recht deed aan het zeventiende- als aan het negentiende-eeuwse orgel en opgeleverd werd in 1996, heeft vrijwel iedereen met bewondering vervuld. Aansluitend bouwde Reil in één moeite door een nieuw koororgel van 29 stemmen voor de Bovenkerk in Kampen, dat eveneens alom als een meesterstuk is beoordeeld. Nog maar net begonnen is de restauratie van het Schnitger-orgel in de Der Aa-kerk in Groningen (1699-1702), net als het Zutphense orgel een project met veel voetangels en klemmen, waar Reil al heel lang bij betrokken is. Er is altijd veel te doen geweest rond dit instrument en dat is geen wonder, want het heeft terecht wereldfaam en velen zien uit naar de voltooiing van de restauratie die nu gaande is. Naast deze spectaculaire projecten zijn door de jaren heen nog talloze kleinere opdrachten voor nieuwbouw, restauratie en renovatie uitgevoerd. Speciale vermelding verdienen de in totaal 41 huisorgels (van acht tot twaalf stemmen over twee klavieren en vrij pedaal) die door Reil zijn gemaakt voor opdrachtgevers overal ter wereld. De technische en artistieke precisie die nodig is voor de bouw van een huisorgel is ook aan de bouw van grotere orgels ten goede gekomen. Orgelmakerij Reil staat erom bekend dat de lat er elke keer weer iets hoger wordt gelegd. Ook nu weer staat het bedrijf voor een project zoals zich nog niet eerder heeft voorgedaan. Het gaat om een opdracht van de Stichting Orgelpark in Amsterdam om een studiekopie te maken van het oudst bewaard gebleven orgel van Nederland, door Peter Gerritsz in 1479 gebouwd voor de Nicolaikerk in Utrecht, zonder het rugpositief waarmee het in 1547 werd uitgebreid. Het is al een wonder dat het instrument, dat gedurende vier eeuwen tal van wijzigingen heeft ondergaan en sinds 1885 niet meer is bespeeld, grotendeels bewaard gebleven is. Het is waarschijnlijk het meest bestudeerde orgel van Nederland, de hoeveelheid onderzoek die aan dit orgel is – en nog steeds wordt – verricht, is allang niet meer in geld uit te drukken.

Hier komt in beeld de samenwerking van Orgelmakerij Reil met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen ‘Monumentenzorg’). De Rijksdienst heeft een enorme expertise opgebouwd rond de ruim 1600 monumentale orgels die Nederland rijk is. Orgelmakerij Reil en collega-orgelmakers voegen daar voortdurend de resultaten van hun eigen restauratieonderzoeken aan toe, zodat daar een immense ‘kennisbank’ is ontstaan die uniek is in de wereld en van onschatbare betekenis voor de kwaliteit van het restauratiewerk.

Hans Reil
Na het overlijden van Albert Reil, de jongste van de broers, in 2001, is de leiding van het bedrijf overgegaan in de handen van zijn neef Hans Reil, een zoon van Han. Hans heeft, voordat hij in 1993 in dienst van het bedrijf trad, aan de Technische Universiteit Enschede zijn studie werktuigbouwkunde afgerond. Daarna heeft hij zich vooral verdiept in de klankgeving. Zijn verantwoordelijkheid omvat nu alle aspecten van de orgelbouw. Met deze derde generatie Reil aan de leiding van het bedrijf wordt de lijn uit het verleden doorgetrokken naar de toekomst: respect voor de traditie, daar begint het mee, maar er vervolgens creatief mee omgaan, daar komt het uiteindelijk op aan.

 

Fred Matter, februari 2010

 

Contact

Orgelmakerij Reil b.v.
Postweg 50 B
8181 VJ Heerde

Route plannen

Telefoon: 0578-691676
Email: info@reil.nl

Volg ons op Facebook

Wij laten onze orgels spreken…